Een pleidooi van een leerkracht: Jetske de Die staat voor de klas in de bovenbouw van het basisonderwijs. Zij spreekt in dit artikel over wat er de afgelopen weken van haar beroepsgroep gevraagd werd en ziet hierin een patroon. Een patroon dat leraren heeft getraind om zelf met oplossingen te komen in plaats van structurele problemen aan te kaarten.

Omschrijving omslagfoto: vier mensen van verschillende achtergronden met gebruiksvoorwerpen als maskers: een frietzakje, een opengeknipte fles, een plastic opslagdoos en een grapefruitschil.

Zorgzaam en welwillend als leerkrachten zijn, hebben we leren roeien met de riemen die we hebben en lukt het ons steeds weer om met minder middelen toch steeds meer te presteren. Nu de basisscholen weer opengaan, wordt er opnieuw aanspraak gemaakt op de inventiviteit en welwillendheid van de leerkracht. Hoe er gedurende deze gehele crisis om wordt gegaan met leerkrachten en het onderwijs, is kenmerkend voor hoe we al jarenlang omgaan met deze en andere vitale beroepen.

Rare tijden

Ik heb als zij-instromer een tiental jaren in de onderwijswereld op een aantal scholen gewerkt. Op alle scholen trof ik zeer bevlogen collega’s die voor hun leerlingen door het vuur gaan, wat overigens niet altijd door de ouders gezien wordt. Leerkrachten vormen een eigenwijze, creatieve, betrokken, idealistische, sociale en coöperatieve groep mensen, om maar wat eigenschappen te noemen. In deze rare tijden, doen we ons best om de leerlingen zo goed mogelijk bij te staan. Thuis via de laptop houden we de leerlingen in de klas in de gaten. We proberen regelmatig te bellen of te videobellen met de leerlingen om te zien hoe het met ze gaat. Sommigen, waaronder ik, proberen via Instagram ook op een informele manier contact te houden.

Precies deze welwillendheid, inventiviteit en zorg voor onze leerlingen hebben ons in staat gesteld om, toen de scholen dicht gingen, razendsnel een digitale leeromgeving uit de grond te stampen. Iedereen vond het de normaalste zaak dat deze leeromgeving bij wijze van spreken al die eerste maandag de lucht in ging. Uiteraard is ons dat gelukt, maar was het nou heel vreemd geweest als we daar wat meer tijd voor hadden genomen?

Van geruchten naar beleid

Op 21 april heeft premier Rutte gemeld dat de scholen vanaf 11 mei weer opengaan. Al voor 21 april is er veel onrust over mogelijke opening van scholen. Ondanks deze onrust zijn scholen zich gaan voorbereiden en hebben snel en accuraat een goed plan kunnen opzetten, zodat de heropening zonder problemen zou kunnen plaatsvinden. Op iedere school is geprobeerd op een passende manier de richtlijnen van de overheid praktisch uitvoerbaar te maken. Op mijn school, net als 1/5 van de scholen in Nederland, is gekozen voor halve dagen; ’s ochtends de ene helft van de klas en ’s middags de andere helft. Zo is dat ook gecommuniceerd naar de ouders. Daarna kwam minister Slob echter met het advies om toch vooral hele dagen te gaan. Hebben Rutte en Slob geen overleg gehad? Bij goed overleg van genoemde heren dat advies meteen bij de persconferentie meegegeven.

Hoe werkbaar is de post-corona basisschool?

De voorbereiding voor het weer openen van een school is ingewikkeld. Het RIVM heeft in samenwerking met vakbonden, organisaties van schoolleiders en ouders een heel protocol opgesteld, Protocol opstart basisonderwijs. Zoals wel vaker met protocollen die achter een bureau zijn opgesteld, is onvoldoende nagedacht over de praktische uitvoering.

Als voorbeeld noem ik de cohorten. Om grootschalige verspreiding van het virus te voorkomen en dus contact tussen leerlingen te verminderen, worden klassen opgedeeld in twee cohorten, elk een halve klas. Zodra de scholen opengaan, zit in ieder lokaal een cohort kinderen. De ene helft van de klas komt ’s ochtends of de ene dag, de andere helft ‘s middags of de andere dag, afhankelijk van hoe de school de scheiding heeft ingericht. Het aantal kinderen dat elkaar treft in de klas is gehalveerd, maar nog steeds zit er meer dan één cohort in het schoolgebouw. De verschillende halve klassen die tegelijkertijd op school zijn, mogen onderling geen contact met elkaar hebben. Niet op de gangen, niet tijdens het buitenspelen en niet op de toiletten. In een school met 8 cohorten die ’s ochtends van 8.30 tot 11.00 uur les krijgen, zal de eerste groep al om 8.45 moeten gaan buitenspelen. Dit is in de praktijk niet uitvoerbaar en zo moet al van het protocol worden afgeweken nog voor het in werking is getreden!

Bovendien, zodra de kinderen aan het einde van hun lesdag de school uitlopen, gelden deze regels niet meer. In klas overstijgende groepjes gaan ze gezellig samen naar huis of de BSO of komen ze later op de dag op de sportclub met andere kinderen in contact. Doet dit dan niet alle maatregelen op scholen te niet?

In onze pauzes mogen wij wc’s poetsen, trapleuningen afnemen en deurklinken desinfecteren.

Verkeersregelaar, schoonmaker, veiligheidsinspecteur, coach, docent: de leraar doet het allemaal

Vanaf 11 mei zullen de dagen van de leerkracht niet alleen gevuld zijn met de rust bewaren, lesgeven, in de gaten houden hoe alle leerlingen in hun vel zitten, maar ook krijgen zij de taak om ervoor te zorgen dat de leerlingen zich ten alle tijden aan de veiligheidsregels houden. En alsof dat nog niet genoeg was, komen er nog wat taken bij. Betrokken en bevlogen als zij zijn, is de leerkracht tot alles bereid: alles voor de kinderen.

Zo zal zowel fysiek als digitaal lesgegeven moeten worden. Nog niet alle kinderen zullen immers naar school komen. We zullen de rol van oppas en BSO op ons nemen, aangezien scholen verplicht blijven om kinderen van ouders in vitale beroepen de hele dag op te vangen. Dit geldt ook voor kinderen die in een reguliere situatie naar de buitenschoolse opvang zouden gaan. BSO’s kunnen vanwege de AVG echter geen namen en aantallen geven, dus het blijft gissen voor hoeveel kinderen we ruimte en leerkrachten moeten vrijmaken. Geheel nieuw in het pakket is het verzorgen van het verkeer in en om de school: “Personeel staat buiten om halen en brengen in goede banen te leiden”.

En wat betreft de hygiëne zal iemand in de school belast worden met het toezien op het uitvoeren van de hygiëne voorschriften. In het protocol staat: “Dagelijks intensieve schoonmaak”. Een vanzelfsprekende maatregel. De overheid heeft echter geen extra geld beschikbaar gesteld voor deze schoonmaak. Aangezien al jaren op de schoonmaak in scholen wordt bezuinigd en een intensieve schoonmaak alleen nog in de zomer plaatsvindt, is het wel duidelijk wie deze taak moet gaan verzorgen. Ook deze verantwoordelijkheid komt bij de leerkrachten te liggen. In onze pauzes mogen wij wc’s poetsen, trapleuningen afnemen en deurklinken desinfecteren. Opmerkelijk, want niet heel lang geleden heeft Nederland zich gerealiseerd dat schoonmaken een vak is en dat schoonmakers helden zijn. Waarom zetten we dan niet de daad bij het woord en laten we deze belangrijke taken aan de vakmensen over met een bijbehorend salaris?

Coulance van school?

Tijdens de persconferentie op 21 april meldde Rutte dat er met coulance omgegaan zou worden met de voorkeuren en wensen van de leerkrachten. Echter, leerkrachten die besluiten de situatie niet veilig te vinden en aangeven niet aan de slag te willen gaan, blijken dat alleen te mogen doen als ze aan bepaalde criteria van risicogroepen voldoen: qua leeftijd boven de 70 en horend bij de risicogroepen of samenwonend met iemand die aan deze criteria voldoet. Voldoe je in het onderwijs niet aan deze criteria, dan heeft het schoolbestuur het recht om de coulance terzijde te schuiven en je te betichten van werkweigering om vervolgens je salaris in te houden. En dat terwijl in het bedrijfsleven her en der 50 jaar als leeftijdsgrens voor de risicogroep wordt gehanteerd. Gelukkig zijn er ook schoolbesturen die er anders in staan en wel meedenken met de leerkrachten, maar zij die niet onder zo’n bestuur werken, hebben geen poot om op te staan.

Serieus nemen

Leraren in heel Nederland, offeren vanaf morgen hun pauzes op om met de kinderen te eten of schoon te kunnen maken. Ze schaffen zelf wel plexiglas en andere beschermingsmiddelen aan als ze dat nodig achten. Niet zeuren maar aanpakken, in oplossingen denken in plaats van je verbazen over de bizarre eisen die aan ons worden gesteld: immers, het gaat om de kinderen. Waar heeft deze coöperatieve instelling ons en het onderwijs gebracht?

Ik denk dat wij leerkrachten het gevoel hebben gekregen dat we ons bescheiden moeten opstellen en blij moeten zijn met wat we krijgen, door jarenlange bezuinigingen, door jarenlange taakuitbreiding, door jarenlang de overheid hijgend in onze nek omdat de resultaten beter moeten, door ontevreden ouders omdat hun kinderen in de overvolle klassen niet worden gezien en door een salaris dat achterblijft bij opgeleiden van hetzelfde niveau. We zijn erin getraind om de steeds maar kleiner wordende steun en middelen van de overheid zelf te compenseren. Meer van onszelf, onze vindingrijkheid en inventiviteit, van onze eigen tijd en soms zelfs van onze mentale en fysieke gezondheid te vragen.

Hoe kan het anders dat we in het onderwijs onmogelijke protocollen of voorschriften krijgen en hoe kan het dat wij daarmee akkoord gaan? Dat we er weer taken bij krijgen, zonder budget. Dat ouders beter vertegenwoordigd lijken dan de docenten. Wordt onze beroepsgroep wel serieus genomen en nemen wij onszelf wel serieus?

Om serieus te worden genomen als doelgroep, zullen wij om te beginnen onszelf serieus moeten gaan nemen.

Geschreven door: Jetske de Die, actief lid Utrecht BIJ1 en basisschoolleerkracht.

BIJ1-kleurenbalk