Op 23 april is door Art.1 de Monitor Discriminatie 2019 uitgebracht. Dit jaarlijkse verslag verzamelt en analyseert meldingen van discriminatie gedaan bij antidiscriminatievoorzieningen (ADV) als Art.1, de politie, Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) en het College voor de Rechten van de Mens. Hiervoor is zowel een landelijk rapport als een regionaal overzicht uitgebracht. Er zijn in 2019, 344 meldingen ontvangen van discriminatie die plaatsvond in de provincie Utrecht, het merendeel hiervan was op grond van huidskleur. Wij bevragen de aanpak en effectiviteit van rapporten als deze en hebben een aantal suggesties om hier verandering in te brengen.

Statistieken

Het aantal meldingen van discriminatie bij de politie is het afgelopen jaar flink gestegen. De voorgaande drie jaar was er juist een afname maar dit jaar was er een stijging van 17 procent. De ADV’s zagen ook een stijging, maar slechts een van 1,4 procent. Het grootste deel van de meldingen in de provincie Utrecht vond plaats in de gemeente Utrecht, 172 in totaal. Van deze 172 meldingen, gingen 148 over discriminatie op grond van herkomst en/of huidskleur en vond de discriminatie in meer dan de helft van de gevallen plaats op de arbeidsmarkt. Daarnaast zijn er 52 meldingen gedaan van discriminatie bij commerciële dienstverlening en 43 meldingen van discriminatie bij collectieve voorzieningen.

Begin april bracht het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ook een rapport uit over discriminatie. Uit dit rapport blijkt dat 27 procent van de Nederlanders discriminatie ervaart, wat vergelijkbaar is met de cijfers uit de eerste editie van dit rapport dat 5 jaar geleden werd uitgebracht. Zij zagen wel een verschuiving van waar en op grond waarvan de discriminatie plaatsvond. Er was meer discriminatie op grond van geslacht en beperking en discriminatie in het onderwijs kwam vaker voor, soms zelfs met afbreking van de opleiding als gevolg. Zij zien ook dat slechts 19% van de mensen met discriminatie-ervaringen hier melding van heeft gemaakt.

Waar leggen we de verantwoordelijkheid?

Een groot verschil tussen beide rapporten is de methode voor dataverzameling. Het rapport van het SCP gebruikte gegevens die zijn verzameld middels een vragenlijst die door 8.536 mensen is ingevuld. De discriminatiemonitor van Art.1 is samengesteld op basis van meldingen van discriminatie. Zoals ook uit het rapport van het SCP bleek, wordt in veel gevallen van discriminatie geen melding gedaan en liggen de werkelijke cijfers dus een stuk hoger.

De onderzoeksmethode van de discriminatiemonitor legt de verantwoordelijkheid van het melden van discriminatie bij het slachtoffer. Een aanpak waar wij het niet mee eens zijn. Mensen melden discriminatie alleen als ze denken dat het zin heeft en erop vertrouwen dat de betreffende instanties goed met de meldingen omgaan. Maar discriminatie vindt ook plaats op plekken waar men hier veilig melding van zou moeten kunnen maken. Interne problemen bij de politie als discriminatie en islamhaat waar niet stevig tegen opgetreden wordt, geeft ‘gewone burgers’ natuurlijk niet het gevoel dat hun ervaringen wel serieus genomen en aangepakt zullen worden.

Bovendien vraagt het verzamelen van discriminatiecijfers middels meldingen van slachtoffers veel van de getroffenen: hen wordt gevraagd negatieve ervaringen te herbeleven en op te staan tegen mensen met een meer bevoordeelde positie in de maatschappij, terwijl zij als lid van een achtergestelde groep niet altijd op steun van de hiervoor opgerichte publieke instanties kunnen rekenen. Vanuit een gemarginaliseerde positie iemand met meer macht en privileges aanvechten, is een moeilijke en een ongelijke strijd. Juist daarom is het zo belangrijke dat mensen tegen wie gediscrimineerd wordt niet de verantwoordelijkheid krijgen om het probleem op te lossen.

Discriminatie is illegaal, maar niet altijd strafbaar

Verder is het ook nog zo dat de politie niks kan doen tegen bepaalde vormen van discriminatie. Bijna tweederde van de meldingen gedaan bij ADV’s betrof gebeurtenissen waarin niet expliciet gediscrimineerd werd, maar er wel een vermoeden was van discriminatie. Voorbeelden hiervan zijn afwijzing bij sollicitaties en weigeringen in de horeca. Deze meldingen kunnen niet strafrechtelijk vervolgd worden, omdat “alleen incidenten die binnen het strafrecht aangemerkt zijn als discriminatie” strafbaar zijn en “de herkenning en de betekenisgeving van het slachtoffer” hierbij niet van “essentieel belang” is, geciteerd uit het landelijke rapport.

Ten slotte vinden wij het ook heel schadelijk dat gronden voor discriminatie niet apart zijn opgenomen in de discriminatiemonitor en zetten wij vraagtekens bij de aanpak om alleen de grond waarop gediscrimineerd is te registreren en niet de groep die getroffen wordt door de discriminatie. Zo vallen meldingen van discriminatie jegens transpersonen, mannen en vrouwen onder discriminatie op grond van geslacht en is het niet mogelijk om discriminatie jegens non-binaire personen apart te registreren. Moslimhaat valt onder discriminatie op grond van religie, terwijl antisemitisme wel apart genoemd wordt. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mentale en fysieke beperkingen en neurodiversiteit wordt überhaupt niet vermeld. Daarbovenop is het zo dat sociale klasse niet eens is opgenomen als grond voor discriminatie in het ‘Wetboek van Strafrecht’ en de ‘Algemene Wet Gelijke Behandeling’. Al deze groepen krijgen echter wel te maken met verschillende vormen van discriminatie.

Hoe dan wel? Aanpak discriminatie op de woningmarkt in gemeente Utrecht

Eind oktober 2019 werd een onderzoeksrapport uitgebracht over discriminatie op de Utrechtse woningmarkt. De aanleiding en het gevolgen van dit onderzoek zijn een voorbeeld van hoe je als gemeente proactief en structureel discriminatie aan kan pakken zonder de verantwoordelijkheid bij het individu te leggen. Het onderzoek werd in opdracht van de gemeente Utrecht uitgevoerd door Academie van de Stad naar aanleiding van een onderzoek van De Groene Amsterdammer over hetzelfde onderwerp. Het doel was om “inzicht te verschaffen in informatie over discriminatie op de Utrechtse woningmarkt, hier structureel over te rapporteren, en een plan van aanpak te formuleren om discriminatie op de woningmarkt in Utrecht te voorkomen”. Het onderzoek concludeerde dat bijna 90% van de makelaars bereid was om mee te gaan met een discriminerend verzoek. Als reactie hierop heeft de gemeente Utrecht een aantal maatregelen opgesteld om dit tegen te gaan, waaronder herhaaldelijk testen uitvoeren en het verkennen van mogelijkheden om discriminatie op de woningmarkt beboeten.

Wat kan anders?

Om ervoor te zorgen dat rapporten als deze daadwerkelijk iets bijdragen aan de bestrijding van discriminatie zullen er op verschillende niveaus een aantal aanpassingen plaats moeten vinden:

  • De verantwoordelijkheid moet verschuiven van burgers die discriminatie moeten melden, naar overheidsinstanties en de verschillende meldpunten die actief op zoek gaan naar de aanwezigheid en vormen van discriminatie in onze maatschappij. Wij vragen de gemeente Utrecht om maatregelen, zoals die opgesteld voor discriminatie op de woningmarkt, ook uit tebreiden naar andere sectoren.
  • Bij de vervolging van discriminatie moeten de ervaringen en interpretaties van het slachtoffer een geldige bewijslast worden.
  • Sociale klasse moet worden toegevoegd aan het ‘Wetboek van Strafrecht’ en de ‘Algemene Wet Gelijke Behandeling’ als grond voor discriminatie.
  • Er moet actief worden gehandhaafd op racisme, seksisme, LHBTQIA-haat, validisme, 'sanism', islamhaat, klassisme en leeftijdsdiscriminatie.
  • Discriminatie door overheidsinstanties, zoals bij etnisch profileren en de belastingaffaire, moet harder worden aangepakt en worden bestraft.
  • Er moet meer steun komen voor slachtoffers van discriminatie en veilige en toegankelijke meldpunten, waar vanuit kan worden gegaan dat de slachtoffers serieus en respectvol behandeld worden.
  • Discriminatie bij collectieve voorzieningen en horeca moet harder worden aangepakt

Validisme: discriminatie van mensen met een functiebeperking, op basis van lichamelijke en/of verstandelijke gesteldheid.

Sanism/sanisme: discriminatie op basis van verstandelijke/mentale gesteldheid.

BIJ1-kleurenbalk