De provincie Utrecht kwam op 13 mei met een plan om middels een crisispakket van 6 miljoen euro de cultuursector in de provincie te steunen. De cultuursector heeft het zwaar in deze crisis. Evenementen zijn afgelast en podia en musea zijn gesloten. De sector kan de steun dus goed gebruiken. Echter, in de verdeling van het geld wordt enkel gesproken over gevestigde en grotere organisaties.. Aan de kleine gezelschappen en individuele (ZZP) kunstenaars, artiesten en de jonge makers wordt niet gedacht.

Beschrijving omslagfoto: onderaanzicht van een glazen koepel met veel stalen verbindingen en daarachter een blauwe lucht.

De waarde van cultuur mag niet onderschat worden en BIJ1 is het er volledig mee eens dat er ook steun aan de cultuursector moet worden geboden. Echter, de sector zal met dit pakket niet ver komen. In de provincie Utrecht werken zo’n 30.000 mensen in de cultuursector. De provincie is bang dat verschillende podia en organisaties aan de crisis ten onder gaan en wil dat met dit steunpakket voorkomen. Een simpele rekensom laat zien dat dit bedrag bij lange na niet genoeg zal zijn om al deze mensen te steunen. Immers 6 miljoen verdeeld over 30.000 mensen is 200 euro per persoon. De provincie moet zich met dit pakket dus niet presenteren als de redder in nood van de kunstsector. Het is simpelweg een magere bijdrage en staat in geen verhouding met de financiële dreun die de sector en de mensen die erin werken moeten verwerken.

Met dit budget, zullen er dus keuzes gemaakt moeten worden. Wie gaat er wel steun ontvangen en wie niet? De stemming over de precieze verdeling zal in juni plaatsvinden. Op dit moment ligt er een voorstel dat spreekt over drie ‘sporen’. Het eerste spoor zijn “festivals en kasteelmusea”. Het tweede spoor betreft grote “instellingen met een regionale/landelijke functie, als TivoliVredenburg, het Centraal Museum en De Lieve Vrouw”. Het derde gaat over “regionale instellingen als streekmusea en theaters die vaak niet in aanmerking komen voor steun van het Rijk”.

Waarom kijken we alleen naar economische waarde?

Het is duidelijk dat de provincie de prioriteit legt op gevestigde instanties met een verdienmodel. Juist ten tijde van corona zouden we ons moeten realiseren dat de waarde van kunst en cultuur losstaat van economische waarde. Zoveel artiesten en kunstenaars die ons met hun hartverwarmende optredens en kunstwerken, vaak noodgedwongen gratis gedeeld via social media, door de crisis heen slepen. Er zijn andere vormen van waarde dan enkel en alleen economische waarde en we moeten bereid zijn om ook daarin te investeren.

En voor wie wel specifiek wil weten wat deze sector bijdraagt aan onze economie, dit is maar liefst 3,7% van het BNP. Een bijzonder hoog percentage dat een groot contrast vormt met de jarenlange bezuinigingen, kaalslag en roofbouw op de arbeidskrachten die dit mogelijk maken. Waarom kan een sector met niet alleen een onmeetbare intrinsieke waarde, maar ook een daadwerkelijke economische waarde slechts op een schijntje van de overheidssteun rekenen? Het rechtse frame dat ‘cultuur een linkse hobby is' en 'dat een instelling die niet haar eigen broek kan ophouden geen bestaansrecht heeft’ van de kabinetten Rutte heeft de publieke opinie ten opzichte van kunst en cultuur met succes ten negatieve gekeerd. Zelfs na jaren van onderzoeken en rapporten over het effect en de waarde van kunst en cultuur, is er nog steeds geen bereidwilligheid om de sector naar waarde te steunen.

Wel geld voor directeuren, niet voor kunstenaars zelf

Daarbovenop komt dat de kern en fundatie van de cultuursector met dit crisispakket niet wordt gesteund. Festivals en podia zouden nergens zijn zonder artiesten om te programmeren. Maar met dit bedrag kunnen we er vanuit gaan dat er vrij weinig bij de makende artiesten terecht zal komen. Tegelijkertijd zijn het juist de kunstenaars en artiesten die het meest kwetsbaar zijn tijdens deze crisis. Zij werken vaak gedwongen in ZZP constructies en zitten nu zonder werk en inkomenszekerheid. Al jarenlang wordt er bezuinigd op de kunst en cultuursector, met de nieuwe plannen van de Provincie Brabant als hoogtepunt. De corona crisis verergert deze moeilijkheden. Als we nu niet investeren in kunstenaars, artiesten en jonge makers lopen we het gevaar dat er over een aantal jaar helemaal geen artiesten meer zijn om dingen te maken en zo inhoud te geven aan theater/muziek en kunstprogramma’s.

De steunmaatregelen voor de cultuursector zijn erop gericht om de stenen te redden, niet de kunstenaars. In voetbaltermen betekent dit beleid zoiets als wel de stadions redden, maar de clubs ten onder laten gaan.
Een mannelijke podium kunstenaar met een niet-westerse migratie achtergrond die niet bij naam genoemd wil worden

Door geld te geven aan de gevestigde instanties wordt de ongelijkheid binnen de sector vergroot en vernieuwing tegen gehouden. De bestaande machtsstructuren en monopolies worden in stand gehouden, terwijl zij die al kwetsbaar waren, nog veel kwetsbaarder uit deze crisis zullen komen. Wij maken ons met name zorgen over werknemers en (jonge) makers zonder loondienstverband en zonder sociaal vangnet. We vragen hierbij ook extra aandacht voor kunstenaars en artiesten van kleur en andere groepen met een gemarginaliseerde identiteit.

Net als in andere sectoren, staat diversiteit en inclusie in de cultuursector, ondanks dat er al ruim 30 jaar aan wordt gewerkt, nog in de kinderschoenen. Vooral de gevestigde organisaties zijn vaak witte patriarchale bolwerken met logge organisatiestructuren. Groepen en kunstenaars die ondervertegenwoordigd zijn in de sector, bevinden zich niet in de hogere lagen van macht, waar binnen het voorgestelde beleid wel het meeste geld naar toe gaat. We kunnen er dus vanuit gaan dat ook door deze vorm van overheidssteun de institutionele ongelijkheid in stand wordt gehouden en zelfs vergroot. En dat terwijl er binnen de sector momenteel ontzettend wordt ingezet op diversiteitsbeleid. Maar diversiteit is alleen mogelijk wanneer we machtsstructuren durven herzien en wanneer geldstromen eerlijker worden verdeeld. Het steunpakket gaat hiermee lijnrecht in tegen de ‘wens’ van de overheid om aan een inclusieve en toegankelijke sector te bouwen. Nogmaals een voorbeeld van institutioneel racisme.

Cultuur in Nederland wordt gezien vanuit een monocultureel perspectief. Bovendien is het geen volkskunst maar exclusief en elitair, gericht op de 5% elite van Nederland.
Een mannelijke podium kunstenaar met een niet-westerse migratie achtergrond die niet bij naam genoemd wil worden

Begin bij de basis

Daarom roept BIJ1 de Provincie Utrecht op om met dit steunpakket geen steun te bieden aan de grote gevestigde instellingen, maar dit aan te bieden aan de kunstenaars, artiesten en jonge makers zelf. De focus van publieke instellingen wat betreft cultuur moet structureel veranderd worden. In plaats van te beginnen bij de kassa, moeten we beginnen bij de basis: talentontwikkeling, jonge afgestudeerden en kleine gezelschappen. Cultuur is geen luxeproduct of hobby en moet voor iedereen toegankelijk blijven, zowel als het gaat om kunstenaars en artiesten, als om het publiek. Investering in en steun aan het fundament van deze sector is daar een onmisbaar onderdeel van.

Op 19 mei diende onze fractie in Amsterdam een motie in dat het college verzoekt om de huren van kunstenaars en creatieve ZZP'ers die in acute nood zitten en huren van Gemeentelijk Vastgoed (gedeeltelijk) kwijt te schelden voor de maanden maart t/m oktober 2020. De gehele motie is hier te lezen.

Wat vind jij van dit steunpakket? Praat met ons mee op Facebook, Instagram en Twitter. Of word lid en hoor als eerste over nieuwe ontwikkelingen en BIJ1komsten. Je kan ons ook mailen op utrecht@bij1.org.

BIJ1-kleurenbalk